Deze website bevat vele fingerstyle gitaar oefeningen. De lessen zijn onderverdeeld in de niveaus Beginner, Gevorderd en Expert. Het is ons doel om uitdagende oefeningen aan te bieden aan iedereen die geïnteresseerd is in fingerstyle gitaar.

Alle oefeningen bevatten zowel bladmuziek als tabulatuur. De bladmuziek bevat letters en nummers, deze geven per noot aan welke vingerzetting er aangeraden wordt.
De vingers van de rechterhand worden aangeduid met letters: p voor de duim, i voor de wijsvinger, m voor de middelvinger en a voor de ringvinger.
Bij de linkerhand wordt de duim aangegeven met de T, terwijl de wijs-, middel-, ringvinger en pink aangeduid worden met de nummers 1, 2, 3 en 4.

Tabulatuur bevat zes horizontale lijnen, deze stellen de snaren van de gitaar voor. De bovenste lijnen corresponderen met de hoge snaren en de onderste lijnen met de bassnaren. Nummers op deze lijnen geven de positie aan waarop de snaar tegen een fret gedrukt moet worden. Open snaren worden aangeduid met een nul.

Oefening 1

In deze eerste oefening wordt alleen de rechterhand gebruikt, aangezien alle noten op open snaren gespeeld worden.
Het is belangrijk om een comfortabele positie voor je hand te vinden. Voor een fragment als dit, waar de bassnaren niet gespeeld worden, kun je je duim laten rusten op de dikste bassnaar. Deze snaar wordt ook wel de zesde snaar genoemd.

De letters i en m boven de bladmuziek geven aan dat de noten afgewisseld met de wijsvinger en middelvinger gespeeld horen te worden. Als dit echter de eerste keer is dat je gitaar speelt, kun je er ook voor kiezen om eerst het gehele fragment met je wijsvinger te spelen. De volgende stap is om het gehele fragment met je middelvinger de spelen. Zodra dit beiden goed gaat, kun je de wisselslag tussen wijs- en middelvinger proberen.


Oefening 2

Nu wordt ook de linkerhand gebruikt, terwijl de rechterhand exact hetzelfde patroon speelt als in de vorige oefening.
Om de eerste noot te spelen moet je de derde snaar fretten met de linkerhand. Zoals in de tabulatuur te zien is, moet deze snaar gefret worden op de tweede positie. Het nummer 2 in de bladmuziek geeft aan dat het aangeraden wordt om de middelvinger te gebruiken om de snaar te fretten. Probeer de snaar altijd achter de fret in te drukken, dus niet recht erbovenop, omdat het geluid anders gedempt zal klinken.
Dit fragment bestaat uit vijf maten. Het is aan te raden om deze een voor een te oefenen en ze vaak te herhalen voordat je verder gaat naar de volgende maat.


Oefening 3

In de vorige oefeningen duurden alle noten even lang. In deze oefening is het ritme echter anders, er wordt namelijk een noot toegevoegd tussen de derde en vierde tel. In de tweede maat wordt er nog een noot toegevoegd, maar nu tussen de eerste en tweede tel.
Een van de basisprincipes van het fingerstyle gitaar spelen is om de vingers van de rechterhand afwisselend te gebruiken. Over het algemeen probeert men om niet twee snaren achter elkaar te spelen met een en dezelfde vinger. Meestal wordt er afgewisseld tussen de wijsvinger en de middelvinger, en wordt de ringvinger pas gebruikt zodra het ingewikkelder wordt.
In deze oefening worden alleen de wijs- en middelvinger gebruikt, zoals ook aangegeven wordt door de letters i en m boven de bladmuziek.


Oefening 4

Tot nu toe zijn alleen de eerste drie frets gebruikt, maar in dit fragment worden de noten gespeeld door de snaren te fretten op de 7e, 8ste, 9e of 10e positie. Omdat dit vier naast elkaar gelegen posities zijn, is het een goede gewoonte om elk van deze positie toe te wijzen aan één vinger van de linkerhand.
Probeer je vingers altijd dicht bij de snaren te houden op de momenten dat je ze niet gebruikt. Dit maakt je gitaarspel soepeler, omdat je je vingers niet over een grote afstand hoeft te bewegen zodra je ze op een later moment wel weer nodig hebt om een snaar te fretten.