Duimplectrums worden veel gebruikt in fingerstyle gitaarmuziek. Een duimplectrum kan gebruikt worden om de basnoten te benadrukken, aangezien het je in staat stelt om veel meer kracht op de snaren over te brengen vergeleken met wanneer je de snaren met je nagels of je vingertoppen aanslaat. Daarnaast vergemakkelijkt een duimplectrum het spelen van een gedempte bas. En als een duimplectrum ondersteund wordt door de wijsvinger kun je hem gebruiken zoals een normale plectrum, waardoor je reeksen van losse noten erg snel achter elkaar zal kunnen spelen.
Sommige fingerstyle gitaristen spelen graag altijd met een duimplectrum. Helaas is het nadeel van duimplectrums dat je minder controle hebt over het timbre, of de kleur, van de noten.
Alle noten in deze oefening worden gedempt met de handpalm. De positie van je hand ten opzichte van het gitaarzadel heeft veel invloed op de klank van de gedempte noten; probeer een positie te vinden die een mooi geluid voortbrengt.
Hoewel er met het duimplectrum zowel opwaartse als neerwaartse slagen gemaakt kunnen worden, worden er over het algemeen alleen neerwaartse slagen gespeeld, behalve in snel gespeelde delen
Wellicht wil je het fragment eerst leren spelen zonder de gedempte bas, om zodoende gewend te raken aan het gevoel van een duimplectrum.
![]()
De noten die op de vierde, vijfde en zesde snaar gespeeld worden, worden gedempt met de palm van de hand. Anders dan de meeste andere fragmenten op deze website, worden de melodienoten met de vingertoppen gespeeld in plaats van met de nagels. Het is namelijk moeilijk om snaren met je nagels aan te slaan en tegelijkertijd ook de bassnaren te dempen.
De linkerwijsvinger en middelvinger worden niet opgetild gedurende de eerste twee maten. Op de tweede snaar worden variaties gemaakt met de ringvinger en de pink.
![]()
Er wordt in deze oefening een gedempte wisselbas gespeeld met het duimplectrum.
De melodienoten worden gespeeld met de wijs-, middel- of ringvinger, dit hangt vooral af van of deze op de derde, tweede of eerste snaar gespeeld worden. Enkel de tweede melodienoot in de tweede maat wijkt hiervan af, omdat de ringvinger anders twee keer vlak achter elkaar gebruikt zou moeten worden.
De laatste maat bevat twee noten die op de vierde snaar gespeeld worden. Deze noten worden niet alleen gedempt met de handpalm, maar ze worden ook gedempt met de linkerhand door de snaar ter hoogte van de eerste fret licht te toucheren met de wijsvinger.
![]()
In dit fragment wordt het duimplectrum ondersteund door de wijsvinger, omdat de snelheid waarmee de noten elkaar opvolgen vereist dat er zowel opwaartse als neerwaartse slagen gespeeld worden.
De rechter ringvinger rust op de eerste snaar, omdat deze extra stabiliteit het makkelijker maakt om het fragment in een stabiel tempo te spelen.
![]()
Als een gedempte bas wordt gecombineerd met een melodie, laat dit de gitaar klinken alsof er twee verschillende instrumenten tegelijkertijd gespeeld worden.
Het ritme is in deze oefening lastiger vergeleken met de vorige oefeningen. De melodie begint met een pull-off. Aan het einde van de derde maat begint de pink naar de zevende positie te schuiven. Zorg ervoor dat deze exact op de eerste tel van de volgende maat aankomt, zodat dit samenvalt met de basnoot die ook op dat moment gespeeld wordt. Dit lukt alleen als je met de juiste snelheid omhoog schuift; niet te langzaam en niet te snel.
![]()