Flageoletten die op open snaren gespeeld worden, worden natuurlijke flageoletten genoemd. Wanneer flageoletten op gefrette snaren gespeeld worden, heten ze kunstmatige flageoletten. Voordat je aan deze les over kunstmatige flageoletten begint is het aan te raden om eerst de les over natuurlijke flageoletten te volgen.
Een snaar moet op een specifieke locatie gedempt worden om een flageolet te spelen. Bij kunstmatige flageoletten wordt dit met de rechterhand gedaan, omdat de linkerhand al gebruikt wordt om de snaar te fretten. Deze pagina bevat een aantal oefeningen om die techniek te leren.
De flageoletten in deze eerste oefening worden op open snaren gespeeld, maar zonder de linkerhand te gebruiken.
De top van de rechterwijsvinger raakt de snaar lichtjes aan ter hoogte van de twaalfde fret, zonder deze in te drukken. De snaar wordt vervolgens met de duim aangeslagen.
Je kunt de snaar ook met je ringvinger spelen in plaats van met de duim. Dit wordt in een van de volgende oefeningen gedemonstreerd.
De oefening is alleen bedoeld om de rechterhand techniek te oefenen. Deze noten zijn namelijk nog geen echte kunstmatige flageoletten, aangezien ze op open snaren gespeeld worden in plaats van op gefrette snaren.

Deze oefening bevat zowel natuurlijke als kunstmatige flageoletten.
De linkerhand pakt het A-akkoord. De rechterhand begint met een natuurlijke flageolet op de vijfde snaar, en daarna worden er kunstmatige flageoletten gespeeld op de vierde, derde en tweede snaar.
Flageoletten bevinden zich twaalf posities boven de gefrette positie. Omdat de snaren op de tweede positie gefret worden, worden de flageoletten gespeeld op de veertiende positie (2+12).

Er worden flageoletten gespeeld op het D, C en G-akkoord. Net zoals in de vorige oefening moet de rechterwijsvinger de snaar twaalf posities boven de gefrette positie aanraken.
Flageoletten kunnen lang doorklinken, maar hiervoor is het wel vereist om de vingers van de linkerhand zo lang mogelijk op de snaren te laten staan.

De flageoletten in dit fragment worden tegelijkertijd met normale basnoten gespeeld.
Aangezien de duim al benodigd is om de basnoten te spelen, worden de flageoletten met de ringvinger aangeslagen.
Om deze techniek te oefenen is het aan te raden eerst de vorige oefeningen te herhalen, maar om daarbij dan de snaren met de ringvinger aan te slaan in plaats van met de duim.

Je kunt een bijzondere klank maken door flageoletten af te wisselen met normale noten.
In deze oefening worden er met de duim flageoletten gespeeld op de bassnaren, en na elk van deze flageoletten wordt er een melodienoot gespeeld met de ringvinger.
De laatste noot wordt met de pink gespeeld.





