Een van de belangrijkste elementen van fingerstyle is de vaardigheid om iedere vinger afzonderlijk te kunnen coördineren. Dit is vooral belangrijk voor de duim van de rechterhand, omdat deze vinger de basnoten speelt. De bas geeft vaak leiding aan het ritme en de groove van de muziek, waardoor het belangrijk is dat de coördinatie stabiel is.
Oefening 1
Elke van de noten in dit fragment wordt met de duim gespeeld (dit is tevens aangegeven in de bladmuziek; de stokken van de noten staan namelijk omlaag gericht).
Het belangrijkste van deze oefening is om het tempo gedurende het fragment gelijk te houden. Herhaal het fragment een aantal keer, met een zo constant mogelijk gespeeld tempo.
Het belangrijkste van deze oefening is om het tempo gedurende het fragment gelijk te houden. Herhaal het fragment een aantal keer, met een zo constant mogelijk gespeeld tempo.
![]()
Oefening 2
Nu wordt ook de linkerhand gebruikt. Elke maat bevat één of twee gefrette noten, terwijl de rechterhand overal hetzelfde patroon speelt. Zoals we eerder gezien hebben, geven de nummers in de bladmuziek aan met welke vingers de snaren gefret kunnen worden. De nummers 1, 2 en 3 corresponderen met de wijs-, middel- en ringvinger.
De dubbele punt aan het einde van de partituur geeft aan dat het fragment wordt herhaald.
De dubbele punt aan het einde van de partituur geeft aan dat het fragment wordt herhaald.
![]()
Oefening 3
Over het algemeen klinkt fingerstyle muziek het mooist als je de snaren lang door laat klinken. Dit wordt bereikt door je vingers zo lang mogelijk op de gefrette snaren te laten staan, en door te voorkomen dat snaren niet per ongeluk aangeraakt worden. Als de vingers van de linkerhand loodrecht op de gitaarhals gepositioneerd worden is de kans klein dat deze per ongeluk een andere snaar zullen dempen.
![]()
Oefening 4
In deze oefening wordt iedere met de duim gespeelde noot opgevolgd door een noot gespeeld met de wijs- of middelvinger.
Merk op dat de linkerwijsvinger gebruikt wordt om de tweede noot van de eerste maat te fretten. De reden dat de wijsvinger gebruikt wordt in plaats van de middelvinger, is dat je de laatste noot van het fragment dan door kunt laten klinken indien het fragment een aantal keer achter elkaar gespeeld wordt.
Merk op dat de linkerwijsvinger gebruikt wordt om de tweede noot van de eerste maat te fretten. De reden dat de wijsvinger gebruikt wordt in plaats van de middelvinger, is dat je de laatste noot van het fragment dan door kunt laten klinken indien het fragment een aantal keer achter elkaar gespeeld wordt.
![]()