De combinaties van tonen die gespeeld kunnen worden op een gitaar, worden beperkt door zowel de fysieke beperkingen van je handen als door de stemming van de snaren. Het gebruik van een alternatieve gitaarstemming brengt hierin veel nieuwe mogelijkheden, omdat het je in staat stelt combinaties van tonen te spelen die voorheen niet mogelijk waren.
Alternatieve stemmingen worden ook gebruikt om het bereik van de gitaar te vergroten, bijvoorbeeld door de zesde snaar omlaag te stemmen naar een D.
Voor alle fragmenten op deze pagina moet de zesde snaar omlaag gestemd worden naar een D. Hoewel deze lage D in dit specifieke fragment maar één keer gespeeld wordt, laat dit al wel horen dat het grotere bereik een extra laag aan de muziek toevoegt.
De eerste maat wordt volledig met de duim gespeeld, net als het grootste deel van de noten in de tweede maat. Het is belangrijk om de noten zo lang mogelijk door te laten klinken, vooral die op de zesde snaar; de vingers van de linkerhand moeten daarom niet opgetild worden tot vlak voordat de volgende noot gespeeld wordt.

Net als in de vorige oefening is ook nu de zesde snaar omlaag gestemd naar een D.
De eerste noot wordt met iets meer volume gespeeld, zodat deze langer doorklinkt en samenvloeit met de volgende maten.
In de tweede maat wordt een gedeeltelijke barré gemaakt met de wijsvinger. Let er op dat je hierbij niet de zesde snaar dempt met de vingertop van de wijsvinger.
Aan het eind van de derde maat wordt er weer een gedeeltelijke barré gemaakt, omdat de wijsvinger zowel de eerste als de vijfde snaar moet fretten op de eerste positie.

Een van de meest gebruikte alternatieve stemmingen is de DADGAD stemming. De zesde snaar is omlaag gestemd naar een D, net als in de voorgaande oefeningen, maar nu worden ook de eerste en de tweede snaar omlaag gestemd. De eerste snaar wordt omlaag gestemd naar een D en de tweede snaar naar een A.

In deze oefening wordt er een capo gebruikt, deze is op de derde positie geplaatst. Hoewel het tegenstrijdig lijkt om een aantal snaren omlaag te stemmen en tegelijkertijd een capo te gebruiken, geven de andere intervallen tussen de snaren wel de mogelijkheid om combinaties van tonen te spelen die in standaard stemming moeilijk of zelfs onmogelijk te spelen zijn.




