Deze pagina bevat vier fingerstyle oefeningen van gevorderd niveau.
Alle basnoten worden met de duim gespeeld in deze oefening. De noten op de eerste snaar worden met de ringvinger gespeeld, de noten op de tweede snaar met de middelvinger en de noten op de derde snaar met de wijsvinger. Alleen het allerlaatste notenpaar wijkt hiervan af.
In de derde maat wordt er een barré gemaakt met de wijsvinger, op de derde positie. Deze moet blijven staan tot vlak voordat de laatste noot van de maat gespeeld wordt.

In tegenstelling tot de vorige oefening wordt de melodie nu gespeeld door middel van een wisselslag tussen de wijs- en ringvinger, ongeacht de snaar waarop de noten gespeeld worden.
De linker ringvinger biedt een stabiele basis om de eerste drie maten te spelen, aangezien deze vinger gedurende dit deel op dezelfde plaats blijft staan. De rust aan het eind van de derde maat geeft de mogelijkheid om alle vingers van de gitaarhals op te tillen en een barré met de wijsvinger te maken ter voorbereiding op de vierde maat. De barré moet aan het eind van de vierde maat deels opgetild worden om de open snaar te kunnen spelen, maar de vingertop moet wel de vijfde en zesde snaar gefret houden.

Er is in dit fragment veel variatie in hoe de rechterhand de noten speelt. De pijlen in de tabulatuur geven aan of de snaren naar boven of naar beneden aangeslagen worden. Bij slagen naar beneden worden de snaren met de nagel van de middelvinger aangeslagen, terwijl bij opwaartse slagen de duimnagel gebruikt wordt. De gekrulde pijlen geven aan dat iedere snaar door een afzonderlijke vinger gespeeld wordt, maar niet op exact hetzelfde moment.
De allereerste noot wordt gespeeld door de wijsvinger naar beneden te slaan. De bogen in de eerste, derde en vierde maat geven aan dat er daar hammer-ons of pull-offs gespeeld worden. Merk op dat de linkerduim in de tweede en vierde maat gebruikt wordt om de zesde snaar te fretten, zoals ook te zien is aan de letter t in de bladmuziek.

De basnoten in de eerste en tweede maat worden op open snaren gespeeld, dus de linkerhand hoeft hier alleen melodienoten te fretten. In de derde maat wordt er een barré gemaakt met de wijsvinger. Maat vier, vijf en zes bevatten enkele slides, zowel naar boven als naar beneden. Het fragment eindigt met het aanslaan van de bassnaren door de wijsvinger, die daarin ondersteund wordt door de duim.




