De klankkast van een gitaar kan gebruikt worden om diverse percussieve geluiden te maken.
Deze les gaat niet over hoe je je gitaar in een drumstel verandert, maar in plaats daarvan laten we zien hoe je percussieve effecten toe kunt voegen aan traditioneel gespeelde fragmenten. Deze percussiegeluiden kunnen gebruikt worden om de muziek te versieren.

Oefening 1

Aan het begin van de tweede, derde en vierde maat wordt een percussief effect gespeeld.
De rechterduim wordt hierbij tegen de laagste bassnaar geslagen, met net voldoende kracht om deze snaar tegen de hoogste frets aan te laten tikken. Als toevoeging kunnen ook de wijs-, ring- en middelvinger nog gebruikt worden om de andere snaren aan te tikken.
In de laatste maat wordt een andere techniek gebruikt; de palm van de rechterhand slaat de zesde snaar tegen de frets, en tegelijkertijd slaat de ringvinger de melodiesnaren aan.


Oefening 2

De eerste noot wordt gespeeld door met de nagel van de wijsvinger tegen de vierde snaar aan te schieten. Kort hierna speelt de linker ringvinger een hammer-on, waarna die vinger omhoog schuift. Hij moet precies op de eerste tel van de volgende maat aankomen op de zevende fret.
Halverwege de tweede maat worden alle snaren tegelijkertijd tegen de frets geslagen. Op de laatste tel van deze maat wordt een percussieve flageolet gespeeld; de wijsvinger wordt uitgerekt en deze slaat diagonaal tegen de snaren die gefret zijn, maar wel op een specifieke positie. Je moet zodanig mikken dat de flageolet van de derde snaar (op de zestiende fret) en de vijfde snaar (op de negentiende fret) gaan klinken. Door dit te doen wordt vanzelf ook de flageolet van de vierde snaar gespeeld.


Oefening 3

In dit fragment worden drie verschillende percussiegeluiden gebruikt.
Na de normale noten op de eerste tel van iedere maat, klopt de duim op het bovenblad van de gitaar. Vervolgens kloppen de vingertoppen van de wijs-, middel- en ringvinger achtereenvolgens op het bovenblad (niet met de nagels). Deze klopjes zullen vergelijkbaar klinken, maar er worden verschillende vingers gebruikt omdat ze vlug achter elkaar gespeeld worden. Hierna klopt de duim weer op het bovenblad, maar nu twee keer. Ten slotte kloppen de wijs-, middel-, en ringvinger tegelijkertijd op de zijkant van de gitaar.
Deze reeks van percussiegeluiden wordt een aantal keer herhaald, met verschillende akkoorden ertussenin.
Anders dan dat je wellicht zou verwachten hebben de x-tekens in de partituur niet met de gespeelde snaren te maken, maar beschrijven ze enkel het ritme van de percussieve effecten.