Een van de meest kenmerkende fingerstyle technieken is de wisselbas. Bij deze techniek wordt de duim gebruikt om twee basnoten, die elk op een afzonderlijke snaar gespeeld worden, af te wisselen.
Hoewel deze techniek niet makkelijk is, kan een stabiele wisselbas wel houvast geven bij het oefenen van een nieuw nummer, vooral wanneer het ritme van de melodie complexer is.
Alle noten in deze oefening worden met de duim gespeeld. Hoewel het misschien aanlokkelijk is om meer vingers dan alleen de duim te gebruiken, wordt dat nu nog niet aangeraden. Deze vingers zijn in moeilijkere fragmenten namelijk nodig om de melodie of de begeleiding te spelen, dus het is zinvol om de wisselbas techniek onder de knie te krijgen door enkel de duim te gebruiken.
Sommige gitaristen vinden het prettig om hun rechterpink te laten rusten op de eerste snaar, om zo de stabiliteit van je hand te vergroten.

Deze oefening is een combinatie van een wisselbas en een lopende bas. In de lage basnoten zit weinig variatie, terwijl er een melodie gespeeld wordt met de hogere basnoten.
Veel fingerstyle nummers bevatten een wisselbas of lopende bas zoals dit. Voordat je er andere noten aan toevoegt, zoals de melodie, akkoorden en wellicht percussieve elementen, is het aan te raden om er eerst voor te zorgen dat je de baslijn foutloos en in een stabiel tempo kunt spelen.

De laatste oefening van deze pagina bevat een wisselbas gecombineerd met een melodie.
Op iedere tel wordt er een basnoot gespeeld, op de vijfde of zesde snaar, tegelijkertijd met een melodienoot. Tussen de tellen in wordt er telkens een basnoot op de vierde snaar gespeeld. De melodienoten worden om beurten met de wijs- of middelvinger gespeeld, zoals ook te zien is aan de i en m boven de bladmuziek.



