Fingerstyle gitaarmuziek bevat veel grepen voor de linkerhand die gebaseerd zijn op algemeen gebruikte akkoorden. Hierdoor is het nuttig om vaardigheden te ontwikkelen voor het spelen van akkoorden en snelle akkoordwisselingen.
In de oefeningen op deze pagina worden zes verschillende akkoorden behandeld, in combinatie met fingerpicking patronen die relatief eenvoudig te spelen zouden moeten zijn voor de rechterhand.
De eerste oefening draait om het E-akkoord. Omdat je vingers bij dit akkoord niet ver uit elkaar gerekt hoeven te worden, is dit een geschikt akkoord om mee te beginnen.
Het akkoorddiagram boven de bladmuziek toont welke frets er ingedrukt moeten worden en welke vingers hiervoor aangeraden worden te gebruiken.
De middel- en ringvinger staan dicht op elkaar, op de tweede fret van de vijfde en vierde snaar. Deze snaren moeten allebei gefret worden met het midden van je vingertop; als je vingers niet gecentreerd op de snaar staan zullen ze waarschijnlijk onbedoeld de naastgelegen snaren dempen. Het E-akkoord wordt afgemaakt door met de wijsvinger de derde snaar te fretten op de eerste positie.

Het C-akkoord is het meest gebruikte akkoord in de akoestische gitaarmuziek. Door de posities waarop de tweede en vijfde snaar gefret dienen te worden, moet je je vingers enigszins uit elkaar rekken; in het begin zal dit niet comfortabel aanvoelen.
Het is belangrijk om je vingertoppen altijd loodrecht op de gitaarhals te positioneren, omdat de naastgelegen snaren anders onbedoeld gedempt kunnen worden.

Dit fragment begint met het A-akkoord. Aan het begin van de derde maat verandert het akkoord van A naar D. Het is aan te raden om de akkoorden eerst te leren door ze enkel met de duim aan te slaan, voordat je het fingerpicking patroon erbij gaat spelen.
De verandering van het ene naar het andere akkoord kan heel soepel bereikt worden; til eerst de middelvinger op van de vierde snaar. Nu kun je de eerste noot van de derde maat alvast spelen, aangezien dat een open snaar is, wat je een beetje extra tijd geeft om je vingers te positioneren voor het D-akkoord.
De wijsvinger moet blijven staan, omdat die voor zowel het A als het D-akkoord de derde snaar op de tweede positie dient te fretten. Schuif nu de ringvinger van de tweede naar de derde positie. Ten slotte moet de middelvinger de eerste snaar op de tweede positie fretten, en kun je het D-akkoord spelen.

Het G-akkoord is het moeilijkste akkoord in deze les, omdat hierbij de ringvinger en de pink ver uit elkaar gerekt moeten worden. Tegelijkertijd is het de bedoeling om de ringvinger loodrecht op de hals van de gitaar neer te zetten, aangezien deze anders de vijfde snaar onbedoeld zal dempen.
Deze stretch is typisch iets dat in het begin oncomfortabel aanvoelt, maar dat zal na een paar weken van regelmatig oefenen verdwijnen.

De A-mineur, C, D en G-akkoorden behoren tot de meest gebruikte akkoorden in de muziek. De vorm van het A-mineur akkoord is gelijk aan het E-akkoord, welke eerder al behandeld is, maar alle vingers van de linkerhand worden nu een snaar hoger geplaatst. De zesde snaar hoort niet gespeeld te worden bij zowel het A-mineur als het C-akkoord. Bij het D-akkoord horen zowel de vijfde als de zesde snaar niet gespeeld te worden.





